We zijn inmiddels ongeveer twee maanden onderweg in deze serie. Twee maanden sinds de installatie van veel nieuwe raden. Maar voor mij markeert deze periode ook iets anders. Het is inmiddels ook ongeveer twee maanden geleden dat ik zelf stopte als raadslid. Niet omdat ik er klaar mee was. Niet omdat ik geen ideeën meer had. Niet omdat mijn betrokkenheid verdwenen was. Maar omdat mijn gezondheid mij dwong een keuze te maken. Een keuze die ik eerlijk gezegd liever niet had gemaakt. Ik was ten slotte niet voor niets lijsttrekker.
En toch… Nu ik erop terugkijk, brengt het ook iets. Rust.
Voor het eerst in lange tijd zijn mijn avonden weer van mijzelf. Geen fractievergadering. Geen BOB avonden. Geen raadsvergadering. Geen stukken die nog gelezen moeten worden. En pas nu merk ik hoeveel impact het raadswerk eigenlijk had.
Niet omdat het niet leuk was. Integendeel. Maar omdat het veel vraagt. Meer dan we soms willen toegeven. Zeker van mensen die alles serieus nemen. Mensen die hun werk voor de volle 100% doen. Hun raadswerk voor de volle 100% doen. En ondertussen ook partner, ouder, vriend, vrijwilliger of mantelzorger zijn. Dan wordt het soms ongemerkt veel. Heel veel…
En dat besef zie ik niet altijd terug in de verwachtingen die we van nieuwe raadsleden hebben. We praten veel over dossiers. Over rollen. Over procedures. Maar minder vaak over energie. Over herstel. Over ruimte houden voor jezelf. Terwijl juist daar vaak de grootste uitdaging zit.
Want een raadslid dat structureel (ongemerkt soms) over zijn grenzen gaat, wordt daar uiteindelijk niet beter van. En de raad ook niet. Misschien is dat wel het belangrijkste inzicht dat ik uit mijn eigen ervaring meeneem:
Betrokkenheid is prachtig. Maar betrokkenheid zonder grenzen is niet duurzaam.
Wat ik nieuwe raadsleden daarom gun:
- Bewaak je agenda net zo zorgvuldig als je dossiers
- Durf soms nee te zeggen
- Accepteer dat niet alles jouw verantwoordelijkheid is
- Plan bewust tijd voor herstel en ontspanning
- En realiseer je dat goed raadslidmaatschap niet hetzelfde is als altijd beschikbaar zijn
Want uiteindelijk is het geen sprint. Het is een marathon. En die loop je alleen succesvol als je onderweg ook voor jezelf zorgt.
Mijn betrokkenheid bij de lokale democratie is niet verdwenen. Integendeel. Alleen mijn rol is veranderd. En juist vanuit die nieuwe positie zie ik misschien nog scherper hoe belangrijk het is om af en toe stil te staan bij de vraag:
Hoe gaat het eigenlijk met mij? of Hoe gaat het eigenlijk met jou?
Misschien wel een vraag die we in de raadzaal iets vaker aan elkaar mogen stellen.
Herkenbaar? Of heb jij jouw balans inmiddels goed gevonden?
ebben andere (startende) raadsleden dan misschien ook wat aan.